Watersnoodwoning Heiningen-Moerdijk

Jeannette van Dijken – van Strien

De ramp van 1953… Ik zal het nooit vergeten

 

Mijn moeder en ik woonden in 1953 in het Brabantse Heijningen op het adres D220 aan de Postbaan. Ik was toen net 8 jaar geworden.

Op 31 januari 1953 gingen wij voor een paar dagen logeren bij mijn oom en tante op het eiland Tholen in de plaats Stavenisse. Mijn oom was bij de politie en had dienst die dag en avond vanwege de zware storm die al de hele dag over het land raasde.

Ik was die middag al erg onrustig en vroeg mijn moeder: “Er zal toch niks ergs gaan gebeuren?” waarop mijn moeder zei: “Natuurlijk niet.”
De avond viel en ik herinner mij dat een er een hond erbarmelijk en onophoudelijk begon te huilen en blaffen. Dit bleef aanhouden en de hond werd niet stil. Toen ik naar bed moest, was ik bang en hoorde nog steeds die hond en vroeg mijn moeder opnieuw: “Mama, er zal toch niks ergs komen?”

Rond half elf kwam mijn oom thuis en vertelde dat we allemaal onmiddellijk naar het gemeentehuis moesten gaan vanwege gevaar van dijkdoorbraak. Het gemeentehuis van Stavenisse staat op het hoogste punt van Stavenisse, aan de haven.

Wat er toen allemaal gebeurde, zal ik nooit meer vergeten.
Mijn tante zei tegen mijn moeder: “Jenny, zet je pantoffels maar op de piano, dan blijven ze wel droog.” Eenmaal buiten moesten we door de ijzige kou en de zware storm, het was een nachtmerrie.

In het gemeentehuis waren allemaal mensen op de bovenste verdieping. Het water steeg steeds verder en je hoorde het klotsen van het water tegen de trappen. Mensen huilden, zongen psalmen en waren bang door de vloer te zakken, omdat het daar zo vol was.

 

Twee lange en angstige nachten hebben we daar gezeten en toen zijn we met bootjes door de ramen gered (zo hoog stond het water!) en weer naar een andere boot gebracht.

Dan komt er een poosje waar ik me niets meer van herinner. Ik weet nog dat mijn moeder, mijn tante en ik naar een andere tante gingen voor een paar dagen en zoals het mij verteld is, was ik drie dagen in shock en heb ik geen woord gesproken.

Ik had toen nog een broer in Den Haag wonen en na ongeveer een week zijn we naar Den Haag vertrokken. We waren alles kwijt, want in Heijningen was ook alles weggeslagen en verzwolgen door het water.
Het is iets wat je nooit vergeet!

Vijftien jaar geleden, tijdens de 50-jarige herdenking, ben ik pas voor het eerst na de ramp naar Stavenisse terug gegaan, naar hetzelfde gemeentehuis en er was niets veranderd. Het was voor mij weer alsof het net gebeurd was…

Dit bezoek aan het gemeentehuis in Stavenisse had te maken met een aparte gebeurtenis: in de weken voor de herdenking had ik veel op het internet gezocht naar informatie over de ramp i.v.m. herdenkingen en foto’s van de ramp. Tijdens mijn zoektocht kwam ik in contact met Ko van Oeveren. Op zijn website had hij een persoonlijk verhaal staan. Uit dit verhaal bleek dat ook hij, in dezelfde rampnacht, zich op de bovenste verdieping van het gemeentehuis van Stavenisse bevond. Ik heb toen contact met hem gezocht en door dit contact ben ik naar de herdenking op Stavenisse gegaan.

Nu, bijna 65 jaar geleden, denk ik er weer aan en als het stormt, voel ik me nog steeds onrustig…

Geef een reactie